Als je voor een baby zorgt, geef je hem niet alleen de fles of een schone luier, maar maak je contact met hem, want ondertussen houd je hem dicht tegen je aan, aai je over zijn bolletje, strijk je hem over zijn buikje en praat tegen hem. Je laat merken hoe lief je hem vindt. Door al dit contact en de goede zorg hecht een baby zich aan zijn ouders of verzorgers. Zou je hem heel zakelijk en zonder praten de fles geven en in bad of bed stoppen, dan ontstaat die veilige hechting niet. Hechting in de babytijd vormt de basis voor het contact dat een kind later met anderen kan maken. Een veilige hechting leidt later tot goed contact, maar onveilige hechting tot argwaan ten opzichte van anderen.